vlag en wapen republiek Suriname

MINISTERIE VAN
REGIONALE ONTWIKKELING


De geschiedenis van het ministerie van Regionale Ontwikkeling

02-02-2015

Op dinsdag 27 januari 2015 herdacht het ministerie van Regionale Ontwikkeling haar 45-jarig bestaan.
Jaren voor de onafhankelijkheid van de toenmalige kolonie Suriname, was de roep om autonomie (zelfbestuur)  gestart. In afwachting op een definitieve vaststelling van de staatsrechtelijke verhoudingen tussen het Rijksdeel Suriname en Nederland kwam er een interimregeling tot stand op 20 januari 1950. De voornaamste bepaling, van deze interimregeling, behelsde de invoering van een autonome Surinaamse regering die in beginsel slechts verantwoording aflegde voor de Staten van Suriname; een rechtsreeks uit het volk gekozen afvaardiging.  In 1951 werd bij landsbesluit van 3 augustus (G.B.1951 no. 90) aan het departement Binnenlandse Zaken de taak toebedeeld om te zorgen voor de binnenlandse bestuursinrichting en de zaken de boslandbewoners rakende.  De visie over het binnenlands bestuur en de aangelegenheden van de boslandbewoners  zouden de grondslag vormen voor het later in te stellen ministerie van Districtsbestuur en Decentralisatie. In 1954 trad het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in werking. Suriname en de Nederlandse Antillen verkregen de status van autonoom rijksdeel en regelden sindsdien hun binnenlandse aangelegenheden zelfstandig. De verantwoordelijkheid voor buitenlandse betrekkingen, defensie en het waarborgen van fundamentele menselijke (of mensenrechten?) rechten en vrijheden deelden Suriname en de Nederlandse Antillen met Nederland. In die periode bestond Suriname uit 7 districten, inclusief Paramaribo. Tijdens het bewind van premier Johan Ferrier (1955-1958) werd in de regeringsverklaring ten aanzien van districtsbestuur opgenomen dat het beleid erop gericht was de decentralisatie te bevorderen. Om dit te bewerkstelligen zou een deel van de verantwoordelijkheid van de leiding van zaken, het eigen district betreffende, aan de districtsbewoners worden toevertrouwd. Tijdens het kabinet  van premier Emanuels (1958-1963) werd op het  Departement van Binnenlandse Zaken een afdeling Bestuur en Decentralisatie ingesteld. Tussen 1958 en 1961 ondernam de Surinaamse regering pogingen de autonomie van Suriname uit te breiden en een stap te zetten richting onafhankelijkheid.  Om het binnenlands bestuur verder te structureren was op 27 januari 1970 tijdens het kabinet van premier Jules Sedney een aantal ministeries ingesteld waaronder het ministerie van Districtsbestuur en Decentralisatie (D en D). De instelling van dit ministerie betekende dus een afsplitsing van het ministerie van Binnenlandse Zaken.  De eerste minister van dit ministerie was dhr. I. Ramkisoor. Dit ministerie is de voorloper voor wat we nu kennen als het ministerie van Regionale Ontwikkeling. De taakomschrijving van het ministerie van D en D was als volgt:
a. De zorg voor het bestuur der districten;
b. De verhouding met de districtsraden en andere zelfstandige gemeenschappen;
c. De aangelegenheden betreffende de boslandbewoners;
d. De zorg voor de electrificatie en de watervoorziening in de districten;
e. De uitvoering en het onderhoud van secundaire en tertiaire weg-en waterbouwkundige werken;
f. De zorg voor de ontwatering van wooncentra in de districten;
g. Het toezicht op de naleving van de concessies voor werken van openbaar nut;
h. De zorg voor de voorzieningen met betrekking tot vestigingsplaatsen en andere domeingronden in de districten;
i. De zorg voor de markten in de districten;
j. De zorg voor de beplantingen in de districten;
k. Alle direct of indirect met bovengenoemde aangelegenheden in verband staande onderwerpen, voor zover niet byzonderlijk aan een ander departement opgepdragen taken.

Direct na de instelling van dit ministerie werd de districtselectrificatie en de watervoorziening in de districten ter hand genomen. Vele dorpen in het binnenland werden voorzien van electriciteit wat op zich weer leidde tot een versnelde ontsluiting van het binnenland.
Na 1975
Tijdens de eerste regering van Suriname onder leiding van Henck Aarron werd nogmaals benadrukt in de regeringsverklaring dat de electriciteits-, en watervoorziening in de stad, het district en het binnenland uitgebreid zou worden en de proefboringen naar drinkwater geïntensiveerd zou worden. Tijdens het tweede kabinet Aarron werd gesteld dat het was gebleken dat de functies van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Distriktsbestuur en Decentralisatie het wenselijk maakten dat deze ministeries werden samengevoegd tot het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Districtsbestuur. Bij Staatsbesluit van 7 februari 1979 werd opgenomen dat vanaf 28 december 1977 het ministerie van Binnenlandse zaken opgesplitst werd in twee directoraten: het Directoraat Binnenlandse Zaken en het Directoraat Districtsbestuur. Hiermee was het zelfstandige Ministerie van D en  D komen weg te vallen.  Tijdens de revolutieperiode werd op 25 maart 1982 het Algemeen Decreet A-13 uitgevoerd en kreeg de Directeur van Binnenlandse Zaken de zorg voor het bestuur der districten toebedeeld. Met deze wijziging werd ook het directoraat "Districtsbestuur" opgeheven, om op 12 september 1983 bij Algemeen Decreet A-14 wederom ingesteld te worden bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken samen met het Directoraat Justitie. De naam van het ministerie veranderde toen in Ministerie van Binnenlandse Zaken, Districtsbestuur en Justitie, dat bestond uit drie gelijkwaardige directoraten. De taakomschrijving van het Directoraat Districtsbestuur zag er toen als volgt uit:
a. De zorg voor het bestuur van de districten;
b. De zorg voor verbetering van het woon-, en leefklimaat van de bewoners van het binnenland;
c. De zorg voor de aangelegenheden van de lagere vertegenwoordigende lichamen;
d. De zorg voor het voorbereiden, het-in-leven-roepen van en het toezicht op bijzondere bestuursvormen
e. De  zorg voor een versnelde ontwikkeling van het binnenland;
f. De zorg voor alle secundaire en tertiaire civieltechnische voorzieningen in de districten en in het binnenland.

Het valt op te merken dat het woord "decentralisatie" helemaal in het vergeethoekje was terechtgekomen. Na de verkiezingen in 1986 trad de nieuwe Grondwet in 1987 in werking. In artikel 157 en volgende van onze Grondwet wordt het Regionaal bestuur uiteengezet. De regering Shankar achtte het noodzakelijk, om ervan uitgaande dat de Grondwet aan Regionaal bestuur een bijzondere betekenis toekent, een nieuw Ministerie van Regionale Ontwikkeling in te stellen. Hierbij zouden de taken die bij het Ministerie van Binnelandse Zaken, Districtsbestuur en Volksmobilisatie rustten worden overgedragen aan het nieuw in te stellen Ministerie. In datzelfde jaar (1987) werden de Districtsraden en Ressortraden ook ingesteld. Met de instelling van deze Raden zou de decentralisatie gedachte weer nieuw leven worden ingeblazen. Bij Staatsbesluit van 30 juni 1988 werd het Ministerie van Regionale Ontwikkeling, zoals wij die nu kennen, ingesteld. De eerste minister van dit departement was dhr. WernerVreedzaam. Vreedzaam heeft onder andere de naam "Marron" geïntroduceerd bij de studentenvereniging Boston Bendt (opgericht in 1993). Ook is de Vreedzaam markt naar hem vernoemd. De taakomschrijving van het Ministerie van Regionale Ontwikkeling ziet er vanaf de instelling als volgt uit:
a. De zorg voor het regionaal bestuur;
b. De zorg voor de betrekkingen tussen de regionale en de centrale overheid;
c. De zorg voor een geintegreerd overheidshandelen, gericht op de regionale ontwikkeling en verbetering van het woon-, en leefklimaat vand e bewoners in de districten en op de wederopbouw van het binnenland;
d. De zorg voor een samenhangend beleid, gericht op de samenwerking tussen de districten binnen de regio's ter behartiging van gemeenschappelijke belangen;
e. De zorg voor het ontwikkelen van administratieve procedures voor de verdere beleidsontwikkeling ten aanzien van inspraakbevordering in de besluitvorming op het niveau van ressorten in districten;
f. De zorg voor het onderhouden van de relaties van de centrale overheid met de dignitarissen en bewoners van het binnenland;
g. De zorg voor het toezicht op het beheer van de staatslogeergebouwen;
h. De zorg voor vuilophaal-, en reinigingsdiensten in geheel Suriname, met uitzondering van het district Paramaribo;
i. De zorg voor alle secundaire en tertiaire civieltechnische voorzieningen in geheel Suriname, met uitzondering van het districht Paramaribo;
j. De zorg voor de markten in geheel Suriname.

De Wet Regionale Organen (G.B. 1989 No. 44), waarin de grondwettelijke bepalingen op het gebied van  decentralisatie zijn vastgelegd, beoogde autonomie te geven aan de districten en om het plaatselijk bestuur te versterken door deze specifieke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden te geven. Met plaatselijk bestuur wordt bedoeld :
a) de Districts- en Ressortraden
b) de Districts-Commissarissen, en
c) het Districtsbestuur

De Wet Regionale Organen trad op 29 juni 1989 in werking. Tijdens de overgangsregering van Kraag-Wijdenbosch, (29-2-1990 - 16-7-1991) was Hans Breeveld de minister van Binnenlandse Zaken en  Regionale Ontwikkeling. In een interview vertelt Breeveld dat de voornaamste zaken die toen de aandacht kreeg was het organiseren van de verkiezingen. Ook de districtscommissarissen kregen speciale aandacht omdat in het kader van de te houden verkiezingen, daar zij de voorzitters waren van de stembureaus in hun district zegt Breeveld. " Het binnenland kreeg wel aandacht vooral als het ging om de dorpen te voorzien van electriciteit". In het kader daarvan was de toenmalige president Johan Kraag vaker afgereisd naar het binneland. Op 16 juli 1991 trad President Venetiaan aan en werd Rufus Nooitmeer de minister van Regionale Ontwikkeling.

Lijst van namen van ministers van Districtsbetuur en Decentralisatie (D&D):

Naam Minister                     Periode
Ramkisoor  C.B.                1969-1973
Ooft  C.D.                         1973-1977
Van Genderen  O.W.        1977-1980
Leeflang  F.J.                   1980-1982
Wijdenbosch  J.A.             1987-1988

Lijst van namen van ministers van Regionale Ontwikkeling(RO)

Naam Minister                     Periode
Vreedzaam. W                  1988-1990
Breeveld  J.                      1990-1991
Nooitmeer  R.B.R.            1991-1993
Van Russel R.W.               1993-1996
Ravales-Resida  Y.R.A.     1996-2000
Van Russel  R.W                2000-2005
Felisi  M                            2005-2010
Diko  L.                              2010-2012
Betterson  S                       2012-2015

Het ministerie van Regionale Ontwikkeling anno 2015
De huidige minister van Regionale Ontwikkeling is mr. Stanley Betterson. Onder zijn bewind zijn  onder andere de districten gedecentraliseerd. Hierbij moet gedacht worden dat de districten nu geheel en al onafhankelijk van het ministerie (hoofdkantoor in Paramaribo) een aantal zaken zelf ter hand kunnen nemen. Het proces dat hieraan vooraf ging is geheel gecoördineerd door dhr Basharat Ahmadali en is gefinancierd met middelen van de Inter - American Development Bank (IDB). Volgens Ahmadali  is het proces van decentralisatie enorm complex van aard. Het behelst  het invoeren van wettelijke
hervormingen, genereren en garanderen van districtsinkomen, heffen en innen van belastingen,
voorbereiden, goedkeuren en uitvoeren van een districtsbegroting, financieel beheer,
personeelsreglementen, procedures van openbare aanbestedingen, investeringen en het verbeteren en
uitbreiden van de dienstverlening. Tijdens het decentralisatieproces zijn er medewerkers van de verschillende districtscommissariaten getraind om zelf hun financieel beheer  uit te voeren. Ook zijn in vrijwel alle districten multifunctionele zalen opgezet die kunnen worden ingezet voor de plaatselijke bevolking voor het versterken van hun capaciteiten, zoals het volgen van trainingen en cursussen.
De minister van Regionale Ontwikkeling heeft ter herdenking van het  45 jarig bestaan van het ministerie de visie en de missie onthuld.

 

Visie

Het Ministerie van Regionale Ontwikkeling faciliteert duurzame regionale ontwikkeling in samenwerking met de lokale overheden en het traditioneel gezag op basis van wetgeving, beleidsontwikkeling, taakcoördinatie en optimale burgerparticipatie.

Missie
Het ministerie zal vooropgestelde doelen bereiken door:
 centraal gedragen Human Resource beleidstoepassingen;
 goed partnerschap met de overige centrale overheidsorganen, regionale organen, het traditioneel gezag en de andere bestuursvormen;
 transparante communicatie, effectieve organisatiestructuren en
- procedures ontwikkelen;
 doen goedkeuren van relevante wetgeving ter bevordering van  duurzame welvaart in de districten.

 

NIEUWSBERICHTEN