vlag en wapen republiek Suriname

MINISTERIE VAN
ONDERWIJS EN VOLKSONTWIKKELING


PROGRESS

Progress, het Programma Effectievere Scholen Suriname, is een samenwerkingsprogramma tussen het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling (MINOV) en de Vlaamse Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en technische Bijstand (VVOB).
Op 7 november 2008  vond de  launch van Progress plaats. Progress werkt sindsdien aan een effectiever onderwijssysteem in Suriname.

In de periode 2011-2013 heeft het programma de volgende zes resultaatsgebieden:

  1. Versterking van de afdeling Inspectie en de afdeling Begeleiding op het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling. Door de versterking van deze afdelingen wordt beoogd de dienstverlening naar de scholen te verbeteren. Met de afdelingen worden trajecten opgezet om een geactualiseerde visie en missie van de afdelingen vast te stellen en te verdiepen. Op het gebied van professionalisering worden vanuit de behoeften van de afdelingen algemene en specifieke scholingen georganiseerd. In een later stadium zal ook gestart worden met het opzetten van een kwaliteitszorgtraject binnen de afdelingen.
  2. Beter opgeleide leerkrachten verhogen de kwaliteit van het basisonderwijs. De Surinaamse pedagogische instituten hebben een veranderingstraject uitgewerkt om de kwaliteit van de opleiding tot leerkracht basisonderwijs op de pedagogische instituten te verbeteren. De opleiding wordt een competentiegerichte opleiding met meer aandacht voor pedagogische en didactische vaardigheden en een belangrijke plaats voor werkplekleren. Implementatie van het veranderingstraject is in 2010 van start gegaan. Curriculumontwikkeling, opstarten van een intern kwaliteitszorgsysteem en professionalisering van docenten zijn belangrijke pijlers van dit traject. Om duidelijker richting te geven aan de vernieuwingen wordt de visie, missie en strategie van de pedagogische instituten expliciet gemaakt.
  3. Oprichting van een duurzaam systeem voor professionalisering. Dit stelt medewerkers van het MINOV, de pedagogische instituten en van de scholen in staat zich regelmatig professioneel bij te scholen. Er is een 'startteam' geïnstalleerd dat werkt aan het vormgeven van duurzaam beleid en een duurzame implementatie van nascholing binnen het Surinaams onderwijsbestel. Er is een traject 'Leerlinggericht en kindvriendelijk onderwijs' ontwikkeld, dat bestaat uit verschillende trainingen en begeleidingsmomenten. Dit traject is vanaf 2009 ingezet. Achtereenvolgens zijn de trainingen 'Ik geloof in jou!', 'Krachtige leeromgeving' en 'Activerende Didactiek' verzorgd en is begeleiding op de werkplek gegeven. Een afsluitende training van dit traject is in ontwikkeling.
  4. Uitbreiding van het bestaande onderwijsinformatiesysteem (OIS) naar een Education Management Information System Suriname (EMISS). Dit gebeurt in samenwerking met de MINOV-afdeling Onderzoek en Planning. Er is een evaluatie uitgevoerd van de behoeften en noden waarop het EMISS een antwoord moet kunnen geven. De uitvoering van de aanbevelingen uit deze evaluatie is van start gegaan in 2010.
  5. Capaciteitsversterking van de nucleuscentra van Brokopondo en Marowijne om het onderwijs in het binnenland kwaliteitsvol te ondersteunen. De nucleuscentra zijn van start gegaan in november 2008. De werknemers van deze nucleuscentra zijn gedetacheerde leerkachten die nu functies invullen als coördinator, begeleider, trainer, ICT verantwoordelijke, enzovoort. Ze hebben daarvoor nog geen bijscholing gehad. Om de medewerkers beter in staat te stellen deze functies goed in te vullen worden ze getraind in management, communicatie, financieel management en ICT. Daarnaast is er specifieke ondersteuning van taalontwikkeling in het binnenland via leesbevordering.
  6. Versterking van de managementcapaciteit  van het Minov. Hogere posities binnen het Minov vereisen meer managementsvaardigheden. Veel medewerkers hebben tijdens hun loopbaan management ervaring opgedaan maar zijn nooit specifiek getraind. Progress ondersteund ook de uitwerking van procedures binnen het Minov voor communicatie, rapportering en dergelijke om zulke processen beter te laten verlopen. Tenslotte ondersteund Progress prioriteiten van Minov bij de uitvoering van het sectorplan onderwijs.

Achtergrond en uitgangspunten voor de samenwerkig: Ik geloof in jou!

Het leerlinggericht en kindvriendelijk onderwijs, onderwijs waarbij de leerling en zijn/haar leerproces centraal staan, is voor vele organisaties in Suriname van groot belang. Vandaar het uniek samenwerkingsproject 'Ik geloof ik jou!', tussen het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling (MINOV), de Vlaamse Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en technische Bijstand (VVOB) en het United Nations Children's Fund (UNICEF). Deze samenwerking wierp al snel haar eerste vruchten af in de vorm van het boek "Ik geloof in jou!".
In dit boek, dat als doel heeft  een positieve bijdrage te leveren aan kindvriendelijk en leerlinggericht onderwijs, delen diverse betrokkenen uit de samenleving hun ideeën en ervaringen over kwaliteitsvol onderwijs met ons. In het boekwerk, dat verspreid is onder 8.500 onderwijsbetrokkenen in Suriname zit ook een dvd, waarop de documentaire rond het maken van dit boek en de film "diepgaand leren" te zien zijn. Daarnaast staan op de dvd 15 inspirerende interviews met bekende Surinamers (allemaal rond kwalitatief goed onderwijs).

Doelgroepen van Progress

1. Basisscholen
Met basisscholen worden scholen voor kleuter- en lager onderwijs bedoeld. In totaal zijn er ongeveer 350 basisscholen in Suriname. Heel vaak bevatten basisscholen zowel een kleuterschool als een lagere school. De meeste basisscholen liggen in het kustgebied. Er zijn iets meer dan 80 scholen in het binnenland. In elke school is er een schoolleider met zijn/haar leerkrachten. Een aantal scholen hebben een vernieuwingscoördinator en/of een zorgcoördinator. Een 15-tal basisscholen heeft voorheen deel uitgemaakt van het VVOB LEARN project. Op deze scholen zijn grote stappen gezet in de richting van leerlinggericht onderwijs. Op vele andere scholen moet nog een hele weg afgelegd worden. De scholen in het binnenland kampen met een gebrek aan gekwalificeerde leerkrachten.
Het is uiteindelijk de bedoeling dat er in de klassen iets met het geleerde uit de trainingen gedaan wordt; dat de leerkracht op een meer kindvriendelijke wijze de lesstof overdraagt, met oog voor de kwaliteiten en talenten van elk kind. Het kind in de klas, daar draait het namelijk allemaal om.

2. De Afdeling Begeleiding
De afdeling Begeleiding van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling is opgericht in 1975 en valt onder de Ontwikkelingsdienst van het ministerie. Ze heeft als doel om scholen te ondersteunen bij het realiseren van kwaliteitsvol onderwijs. Er wordt gestreefd naar onderwijs waarbij elk kind gelijke onderwijskansen krijgt en de capaciteiten van elk kind optimaal ontwikkeld worden. Hiertoe zet de afdeling zich in op verschillende gebieden.
Op de eerste plaats is er de begeleiding van leerkrachten en schoolleiders. De begeleiders gaan op aanvraag naar scholen die didactische en/of pedagogische ondersteuning nodig hebben. De aanvraag komt van het schoolhoofd, vaak wanneer er nieuwe leerkrachten op de school zijn aangenomen. De afdeling beschikt hiervoor over 7 schoolbegeleiders, die verantwoordelijk zijn voor de onderbouw (kleuters en klas 1 en 2) of de bovenbouw (klas 3, 4, 5 een 6). De begeleiding vindt gedurende het hele schooljaar plaats.
Daarnaast is er de ondersteuning aan leerlingen die via de school of de ouders aangemeld worden bij de afdeling. Het gaat veelal om kinderen met gedrag- of leerproblemen. Samen met de school, de ouders en de leerling wordt de situatie geanalyseerd en gekeken naar de mogelijke oplossingen en verdere begeleiding van de leerling. De afdeling beschikt hiervoor over een schoolmaatschappelijk werkster en een assistent logopediste. Tot voor kort was er ook een psychologe die verantwoordelijk was voor het testen van kinderen.
Tot slot ondersteunt de afdeling scholen door trainingen te verzorgen aan de schoolteams bij de implementatie van nieuwe lesmethoden of trainingen op vraag van de scholen zoals bijvoorbeeld rond taal en aanvankelijk lezen.

3. De Afdeling Inspectie
Het inspectieapparaat oefent toezicht uit op scholen van het basisonderwijs en scholen van het voortgezet onderwijs op juniorenniveau (VOJ) en het voortgezet onderwijs op seniorenniveau (VOS) in opdracht van de minister van Onderwijs en Volksontwikkeling en onder de leiding van de directeur onderwijs. In 1981 is de huidige structuur van de afdeling Inspectie ontstaan. Suriname telt landelijk 28 tot 30 Onderwijsinspecteurs voor een totaal van iets meer dan 500 scholen (basisscholen, VOJ-scholen en VOS-scholen).
De Inspectie Basisonderwijs is verantwoordelijk voor kleuter- en lagere scholen en de scholen voor het speciaal onderwijs. De Inspectie VOJ is verantwoordelijk voor scholen van het meer uitgebreid lager onderwijs (MULO) en het lager beroepsgericht onderwijs (LBGO). Daarnaast behoren scholen voor lager en eenvoudig technisch, beroeps- en nijverheidsonderwijs ook tot het VOJ. De Inspectie VOS tenslotte is verantwoordelijk voor scholen van het hoger algemeen vormend onderwijs (HAVO), het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (VWO), en het Natuurtechnisch Instituut (NATIN). De scholen van het instituut voor economisch en administratief onderwijs (IMEAO) en de kweekscholen (pedagogische instituten voor leerkrachten van het basisonderwijs) behoren ook tot het VOS.
De kerntaak van de afdeling Inspectie is toezicht houden op de kwaliteit van het Onderwijs. Er wordt controle uitgeoefend op onderwijsinhoudelijke zaken, fysieke omgeving van de scholen, de administratie en de organisatie. De inspectie kan hiervoor oriëntatiebezoeken afleggen op scholen, individuele leerkrachten en schooldirecteuren inspecteren en de inschrijvingen en andere administratie van de school controleren. Ook kunnen vaksecties geïnspecteerd worden en volledige scholen doorgelicht.
De onderwijsinspectie is belast met de kwaliteitsbewaking op alle scholen in Suriname. Dit betekent dat behalve de scholen in het kustgebied ook meer afgelegen scholen in de districten en het binnenland onder dit toezicht vallen. De uitgestrektheid, moeilijke bereikbaarheid en context van het binnenland maken dat deze taak een enorme uitdaging is, waarvoor de inspectie op dit moment onvoldoende toegerust is.

4. De afdeling Onderzoek en Planning
De afdeling Onderzoek en Planning heeft vanuit haar versterkte werking het  functionele en duurzame Educational Management Information System Suriname (EMISS) opgezet.  Dit is een verbeterd systeem ten behoeve van onderwijsplanning, monitoring en evaluatie. Het EMISS, welke reeds ontwikkeld is, maakt relevante onderwijs-informatie toegankelijk voor alle actoren binnen het onderwijs. Het MINOV-beleid beschikt hiermee tijdig over de nodige informatie rond leerlingen en leerkrachten, scholen en klaslokalen, personeel en financiën van het ministerie en wordt in staat gesteld het beleid adequater vorm te geven en bij te sturen.

5. Pedagogische Instituten
Suriname telt vijf Pedagogische Instituten voor de opleiding van leerkrachten. Dit zijn:

  • Het Albert Cameron Instituut (ACI) voor opleiding van leerkrachten kleuteronderwijs.
  • Het Christelijk Pedagogisch Instituut (CPI) voor opleiding van leerkrachten kleuteronderwijs en leerkrachten gewoon lager onderwijs.
  • Het Surinaams Pedagogisch Instituut (SPI) voor opleiding van leerkrachten kleuteronderwijs en leerkrachten gewoon lager onderwijs.
  • De kweekschool van de Scholengemeenschap Nickerie (SGN) voor opleiding van leerkrachten gewoon lager onderwijs.
  • Het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL) voor opleiding van leerkrachten voor het voortgezet onderwijs op juniorenniveau (VOJ) en seniorenniveau (VOS).

De pedagogische instituten voor de opleiding van leerkrachten kleuteronderwijs en leerkrachten lager onderwijs worden vaak aangeduid met de term 'kweekscholen'. Het zijn opleidingen op voortgezet onderwijs voor seniorenniveau (VOS). De opleiding voor leerkracht lager onderwijs is volledig gescheiden van de opleiding voor leerkracht kleuteronderwijs hoewel leerkrachten kleuteronderwijs ook bevoegdheid hebben om les te geven in het eerste en tweede leerjaar lager onderwijs.
De huidige opleiding voor leerkracht kleuteronderwijs is drie of vier jaar afhankelijk van de vooropleiding van de studenten. Voor leerkracht lager onderwijs is het een vierjarige opleiding opgesplitst in een algemeen vormende fase (2 jaar) en een beroepsvormende fase (2 jaar). De algemeen vormende fase heeft een programma dat zeer gelijkaardig is aan het hoger algemeen vormend onderwijs (HAVO) en studenten die geslaagd zijn voor havo hebben dezelfde doorstroommogelijkheden gekregen als volwaardige HAVO-studenten. Als gevolg hiervan is er een grote uitstroom uit de kweekscholen na de algemeen vormende fase en gaan slechts weinig studenten door naar de beroepsvormende fase. Een mogelijk tekort aan leerkrachten voor het lager onderwijs is er alsnog niet door het grote aantal kleuterleerkrachten die via avondonderwijs de onderwijzersakte behalen en zo bevoegde leerkracht worden voor het lager onderwijs. Deze avondopleiding heeft een eigen opleidingsprogramma dat echter niet is afgestemd met de dagopleiding op de kweekscholen.
Leerkrachten voor het middelbaar onderwijs worden opgeleid door IOL. Een driejarige Mo-A opleiding geeft bevoegdheid om les te geven op het niveau van het voortgezet onderwijs voor junioren. Een tweejarige vervolgopleiding geeft bevoegdheid om les te geven op het niveau van het voortgezet onderwijs voor senioren. De docenten van de kweekscholen worden dus opgeleid door het IOL.

6. Nucleus centra
Om de scholen en de leerkrachten in het binnenland beter te kunnen ondersteunen zijn twee nucleuscentra gebouwd, een in Albina en een in Brokopondo. Elk nucleuscentrum beschikt over een nieuw gebouw met een grote trainingszaal, vergaderzalen, een bibliotheek, een computerlokaal en kantoorruimte. Er zijn ook een aantal huizen gebouwd voor accommodatie van personeel en bezoekers. Een van de kantoren wordt gebruikt door de lokale afdeling Inspectie van MINOV, er is een lokale afdeling Begeleiding en er is een coördinator voor het nucleuscentrum. Verder heeft elk nucleuscentrum een ICT verantwoordelijke en een bibliotheekverantwoordelijke. Het personeel bestaat hoofdzakelijk uit gedetacheerde leerkrachten. Het nucleuscentrum moet zorgen voor training van leerkrachten, computer- en bibliotheektoegang, begeleiding van leerkrachten en leerlingen en lokale maatschappelijke ontwikkeling. Dit is een hele uitdaging vooral omdat het werkgebied zeer groot is.

7. Centrum voor Nascholing in Suriname
Er wordt gewerkt aan duurzame professionalissering van het onderwijs. Dit zal gebeuren door het opzetten van een Centrum voor Nascholing in Suriname (CENASU), welke de taak van de professionalissering verder vorm zal geven. De trainingen welke reeds verzorgd zijn voor de leerkrachten van de basisscholen en de docenten van de kweekscholen zullen daar ook  een plek krijgen.

Progress in de praktijk - enkele voorbeelden

1. Trainingen en begeleiding voor basisscholen
Rond het  boek  'Ik geloof in jou!' zijn de trainingen "Ik geloof in jou!", "Krachtige Leeromgeving" en "Activerende Didactiek"  ontwikkeld met daarbij horende trainingspakkketten en cd's of dvd's. De trainingen zijn verzorgd voor alle basisscholen in Paramaribo en de districten. Per school zijn er vernieuwingsteams in het leven geroepen en afgevaardigd voor deelname aan deze trainingen, bestaande uit de schoolleider, een leerkracht van de onderbouw (Kleuteronderwijs en GLO tot en met klas 2) en een leerkracht van de bovenbouw (GLO klas 3 tot en met klas 6). De vernieuwingsteams van de GLO-scholen gaan na de training terug naar hun schoolteams aan wie ze  het geleerde overdragen. Bij deze trainingen is ons binnenland natuurlijk meegenomen.  De basisscholen in het binnenland hebben reeds 2 van de trainingen verzorgd gekregen vanuit UNICEF.  De derde training is startklaar. In het binnenland worden gehele schoolteams getraind.
Ook de diverse MINOV afdelingen, de kweekscholen en het IOL, namen deel aan de trainingen. Men kon zo kennis maken met belangrijke (onderwijskundige) ideeën en voor zichzelf bepalen wat deze kunnen betekenen voor de huidige en toekomstige werkzaamheden.
Om de implementatie te vergemakkelijken is een begeleidersgroep in het leven geroepen, die de vernieuwingsteams op de GLO-scholen ondersteunt bij het toepassen van het geleerde (uit de trainingen) in de alledaagse klassenpraktijk en het overdragen van het geleerde binnen de school als geheel. De begeleidersgroep is opgestart in samenwerking en overleg met MINOV en de organisaties van de bijzondere Scholen. Het gaat vooral om overleg met de directeur Onderwijs MINOV, met de afdeling Inspectie en Begeleiding van het MINOV en met de leiding van de Federatie Instellingen Bijzonder Onderwijs Suriname (FIBOS), de Evangelische Broedergemeenschap (EBGS) en het Rooms Katholiek Bijzonder Onderwijs (RKBO). De begeleiding vindt voornamelijk plaats vanuit de trainingspakketten 'Ik geloof in jou!' en 'Krachtige Leeromgeving' en vindt bij voorkeur plaats wanneer de vernieuwingsteams de trainingen al aan hun schoolteam hebben verzorgd. Iedere school die in Paramaribo of in de districten ligt, heeft een begeleidersduo toebedeeld gekregen. Het kan zijn dat dit duo gezamenlijk hun begeleidingsbezoeken aflegt of dat zij dit individueel doen. De begeleiding is gepland in de maanden april tot en met augustus 2011. Gemiddeld ontvangt ieder vernieuwingsteam één schoolbezoek per kwartaal.

2. Inspectie en Begeleiding
Om de werking van de afdelingen Begeleiding en Inspectie te versterken zijn diverse acties ondernomen. Zo hebben de afdelingen een bezoek gebracht aan België en Nederland om kennis te maken met andere missies, visies, strategieën, structuren en de concrete werking van hun collega's aldaar. Daarnaast is er een visietraject opgestart met bovengenoemde afdelingen. Ook initiatieven van de afdelingen krijgen de ruimte. Zo is de afdeling Begeleiding ondersteund in het pilotproject Zorgcoordinatie, welke zij in 2008 heeft opgestart. Momenteel worden 50 zorgcoördinatoren op regelmatige basis getraind en gecoached in hun werk. Daarnaast faciliteert PROGRESS trainingen op aanvraag voor deze afdelingen, wordt er gewerkt aan een informatieboek voor de Ontwikkelingsdienst en een folder voor de Inspectie en Begeleiding.

3.  Vernieuwingen op de kweekscholen
Op de kweekscholen is een proces van vernieuwing van de opleiding van leerkrachten opgestart in samenwerking met PROGRESS. Het IOL, dat al een tiental jaren werkt aan de eigen vernieuwing van de opleiding, wordt nauw bij dit proces betrokken als voortrekker. De opleiding op de kweekscholen is in de laatste dertig jaar niet wezenlijk veranderd waardoor een vernieuwing van de opleiding hoogst noodzakelijk is geworden. Nieuwe pedagogische en didactische principes en inzichten en een grote verandering van de Surinaamse maatschappij dienen hun weerslag te vinden in de opleiding van de leerkrachten. Alle kweekscholen overleggen op regelmatige basis via een directeurenoverleg om dit proces te sturen. Er is een gezamenlijk scenario voor de verandering van de opleiding uitgewerkt. De grote krachtlijnen van het scenario zijn als volgt:

  • Omvorming van de opleiding van een middelbare beroepsopleiding (mbo) op VOS naar een hogere beroepsopleiding (hbo)
  • Aanpassing van het curriculum van vakgericht naar competentiegericht
  • Instellen van een systeem voor interne kwaliteitszorg
  • Continue professionalisering van docenten gericht op de competenties als lerarenopleiders
  • Een aanpak in twee fasen waarbij in de eerste fase gewerkt wordt op het huidige mbo niveau en in de tweede fase de overstap naar het hbo niveau gemaakt wordt.
  • Geleidelijke verhoging van de instroomvoorwaarden met uitwerking van een voorbereidingsprogramma voor studenten die niet meer rechtstreeks kunnen instromen.

Voorbereidingen voor de implementatie van dit scenario zijn reeds van start gegaan. In elk pedagogisch instituut zijn vernieuwingscoördinatoren aangesteld om de docenten binnen de school te informeren en te motiveren bij het vernieuwingsproces. In 2010 zijn ook kwaliteitsankers aangesteld in elk Pedagogisch Instituut om mee te helpen bij planning en organisatie van activiteiten en om geleidelijk aan een functionerend IKZ systeem op de school uit te bouwen.
Curriculumhervorming naar competentiegericht opleiden is aangevat. Voor het vak rekenen is een rekenwerkgroep competentiegerichte leerlijnen aan het uitwerken. Hervorming van de stage en het vak pedagogiek zullen in 2011 van start gaan.
Professionalisering van docenten als lerarenopleiders is ook reeds van start gegaan. Per jaar vindt een grote training in verschillende sessies plaats, tussenin zijn er werkopdrachten om geleerde zaken onmiddellijk in praktijk uit te proberen.

4. Beroepsprofielen voor het Surinaams onderwijs
Ondersteund door Progress heeft een groep onderwijsbettrokkenen beroepsprofielen ontwikkeld voor het Surinaams onderwijs. Beroepsprofielen beschrijven de competenties die nodig zijn voor het uitoefenen van een bepaald beroep zoals de leerkracht of de schoolleider. Daardoor wordt het mogelijk om met elkaar in dialoog te gaan over, bijvoorbeeld, opleiding en vorming, werving en selectie, evaluatie en beoordeling voor deze beroepen.

Contact / info
Adres: Commewijnestraat 31
Telefoonnr.:  497744/ 491720
E-mail: info@progress-sr.org 
Facebook ID: VVOB Suriname
Website VVOB: www.vvob.be  voor achtergronden VVOB